* Visie m.b.t. het begeleiden van leerlingen met autisme.
Met onze school streven we een maximale integratie van de leerlingen in de maatschappij na. Ons streefdoel bestaat eruit de leerlingen maximale ontwikkelingskansen te bieden, zodat hij/zij later zo zelfstandig en volwaardig mogelijk kan participeren aan het maatschappelijk leven. Vanuit deze visie ondersteunen we volgende doorstroom:
Wanneer er geen sprake is van een mentale vertraging of een bijkomende ernstige problematiek, kan de leerling m.b.v. GOn-begeleiding les volgen in het gewoon onderwijs.
Indien GOn-begeleiding onvoldoende blijkt om optimaal te functioneren in het gewoon onderwijs, is het mogelijk dat een doorverwijzing naar het buitengewoon onderwijs zich opdringt. Vanuit onze visie opteren wij ervoor dat een leerling met autisme in onze school zoveel mogelijk geïntegreerd wordt in een klas waarin ook leerlingen met andere (leer)problemen, die niet kaderen binnen een autismespectrumstoornis, zitten. Op die manier wensen we een maximale ontwikkeling van diverse domeinen te bereiken. Het is namelijk zo dat leerlingen niet enkel van een leerkracht leren, maar ook van hun medeleerlingen heel wat opsteken. Bepaalde activiteiten kunnen leerlingen omwille van hun autisme minder goed zelfstandig uitvoeren. Maar in deze zaken kunnen ze wel slagen mits de nodige ondersteuning van en interactie met een leerling die deze activiteit wél goed kan (cf. zone van de naaste ontwikkeling). Een concreet voorbeeld: leerlingen met autisme die over weinig sociale en communicatieve vaardigheden beschikken, kunnen door de interactie met leerlingen die op dit vlak geen problemen ervaren, gestimuleerd worden.
Als de leerling, omwille van problemen die kaderen binnen de autismespectrumstoornis, op bepaalde gebieden onvoldoende kan functioneren in de klas, kan er op onze school individuele ondersteuning geboden worden door BLIO[1]. Dit houdt in dat de problemen bij het functioneren van de leerling individueel of in een beperkte groep, bestaande uit leerlingen met ASS en dezelfde problematiek, aangepakt worden. Op die manier streven we naar een maximale integratie van de leerling, mits de nodige individuele ondersteuning. Daarnaast wordt er bij een aantal leerlingen met autisme rond sociale vaardigheden gewerkt.
Een leerling met een type 2-attest waarbij de geboden individuele ondersteuning onvoldoende blijkt om zich te handhaven in de klas, kan les volgen in de autiklas binnen de type 2-werking. In de autiklas wordt les gegeven in een aangepaste omgeving die de leerlingen met autisme een gevoel van basisveiligheid kan bieden waardoor de mogelijkheden tot leren optimaal ontwikkeld kunnen worden. Om leerlingen met ASS optimale leerkansen te bieden, maken wij gebruik van een aangepaste onderwijsstrategie:
-We brengen structuur aan in de tijd door gebruik te maken van gevisualiseerde dagschema's, weekoverzichten... (m.b.v. picto's, foto's, time-timer...). Op die manier wordt het dagverloop meer voorspelbaar.
-We verduidelijken de activiteit door deze visueel voor te stellen aan de hand van pictogrammen, foto's... . Dit zorgt ervoor dat de leerlingen een zicht krijgen op de activiteiten en wat er precies van hen verwacht wordt.
Daarnaast wordt de activiteit duidelijk in tijd of hoeveelheid afgebakend (bv. aanduiden hoeveel oefeningen er gemaakt moeten worden, a.d.h.v. de time timer duidelijk maken hoe lang er moet gewerkt worden...).
Bij het aanleren van nieuwe oefeningen of taken, wordt expliciet aangegeven hoe een taak aangepakt dient te worden (a.d.h.v. stappenplannen worden werkorganisatievaardigheden gestimuleerd). Daarnaast proberen we het probleemoplossend denken zoveel mogelijk te stimuleren en is het onze bedoeling de leerling zo snel mogelijk een taak individueel te laten volbrengen.
De leerlingen worden zo veel mogelijk gestimuleerd om algemeen dagelijkse activiteiten (vb. lichaamsverzorging, winkelen, functioneren in het verkeer...) zelfstandig uit te voeren. Dit met het oog op een maximale integratie in de maatschappij.
-Daarnaast brengen we verheldering en aanpassingen in de ruimte aan.
De inrichting van het lokaal en de plaatsen worden voorzien om specifieke activiteiten te doen (bv. onthaalruimte, computerruimte, individuele werkruimte, klassikale instructieruimte...).
Om ervoor te zorgen dat de leerlingen zo weinig mogelijk overbodige prikkels ontvangen, hebben de leerlingen een werkhuis waar ze individueel en ongestoord aan de slag kunnen. Daarnaast kan, indien nodig, gebruik gemaakt worden van oordoppen, zodat auditieve prikkels geminimaliseerd kunnen worden.
-Om de leerlingen zo veel mogelijk individueel te kunnen ondersteunen, wordt er geopteerd voor een kleine klasgroep.
-Verder worden regels en afspraken duidelijk aangegeven en gevisualiseerd.
-Ook maken we gebruik van een aangepaste en duidelijke communicatie: concreet, expliciet, eenduidig en positief. Indien nodig wordt er SMOG[2] gehanteerd.
-Ten slotte kan men in de autiklas beroep doen op paramedische ondersteuning.